00:01
Dag en nacht.
00:04
Tegenover mij zit Jozef Oebelkas, 46 jaar. Geboren uit een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader. Hij werd al jong IT-ingenieur en op zijn twintigste begon hij zijn eigen IT-bedrijf. Een succesverhaal. Op 23 december 2004 slaat het noodlot toe. Jozef gaat voor zijn werk naar een pakstation in Marokko. In opdracht van een van zijn klanten, het Nederlandse groente- en fruitbedrijf Zwaardfruit... Op het moment dat hij daar aankomt is de politie op bezoek. Er is 8000 kilo hash gevonden.
00:36
Jozef maakt duidelijk wie jij is en wat hij komt doen. Het maakt allemaal niet uit. Jozef wordt gearresteerd en krijgt 10 jaar celstraf voor drugsmokkel. Zonder bewijs. Jozef was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken, overtuigd van zijn onschuld, kreeg niet veel voor elkaar.
00:57
Uiteindelijk zou Jozef meer dan 4,5 jaar in verschillende Marokkaanse gevangenissen doorbrengen voordat hij werd vrijgelaten. En dat was 17 juni 2009. Over deze jaren schreef hij in 2011 het boek 400 brieven van mijn moeder. Een onverbiddelijke bestseller. Hoeveel boeken zijn er inmiddels van verkocht?
01:21
Ja, de 27ste druk is nu net uit. En het is per zo'n druk. Ik vind het veel. Maar anderen vinden het misschien wat minder. Ik weet niet hoe jij ernaar kijkt. Maar hiervan zijn bijvoorbeeld 4000 van gedrukt. Soms 5000 van de 26ste druk. Maar de 5000 gedrukt. Dus het zijn wel behoorlijke stapels.
01:38
Dat is veel. Dat is een onverbiddelijke bestel. Toch even. We gaan uiteraard schuilen in schoonheid. Heet deze rubriek. Heet deze interviewserie. Toch even terug naar wat er precies gebeurd is. Vele mensen hebben je boek gelezen. En weten het. Er was ook publiciteit rond het boek. Maar we hebben niet alles onthouden. En niet iedereen heeft er kennis van genomen. Jij gaat naar Marokko. Naar een pakcentrum. Namens een Nederlands bedrijf. Jij komt daar aan.
02:09
Je ziet. Er is hier iets aan de hand. Ik zie iets te veel politieauto's. Wat is cooking? Ja, precies dat.
02:16
En toen? wilde ik oprecht weten wat er aan de hand was. Het was immers mijn taak. Daarvoor zat ik in Marokko om dus te rapporteren in Nederland wat er aan de hand was. En ja, het is gek, want die introductie die jij dan zo opleest, dan ben ik daar ook echt weer. Dat is zo gek. Ik ben daar en ik zie al die auto's met zwaailichten. En ik weet nog dat het vanuit de pure nieuwsgierigheid was. En ook uit een verantwoordelijkheid en verplichting.
02:46
Dat ik wilde vragen wat er aan de hand was. Dus ik parkeer ook mijn auto aan de kant van de weg. Zonder allemaal mensen ook van straat. Zonder allemaal daar te kijken. Dus ik wurmer me door die mensen doorheen. En ik sta daar te zwaaien en te zwaaien. Want het was echt gewoon hermetisch afgesloten. Naar die man in uniform. En die rende daar rond. En shotguns, pistolen. Echt een scène uit de film. Best wel spannend ook. En totaal niet. Wat zou er gaan gebeuren. Puur de verantwoordelijkheid. Ik wil weten wat er aan de hand is. Toen kwam een van die mannen naar me toegelopen. Wist niet eens wie ik was.
03:17
Dus dat legde ik ook uit. Ik moet hier zijn voor mijn Nederlandse opdrachtgever. Dus mag ik weten wat er aan de hand is. Kom maar mee. En dat was het einde van het leven dat ik toen kende.
03:28
Ongelooflijk. Jij zegt ik begin aan mijn eerste zin. En ik ben er weer. Het is 22 jaar geleden. Als gisteren. Dit leg je goed uit. Je komt daar aan namens Zwaardfruit Nederland. Je komt daar even kijken of het inpakken allemaal goed gaat. Even mijn eigen woorden. Zoiets. Was je er al eens vaker geweest? Ja, vaker geweest.
03:50
Business as usual. En even later zit je in de bak. Tien jaar wordt geëist. Bijna vijf jaar maak je daarvan vol. Hoe vaak word jij nog s'nachts...
04:05
lastige vallen, spoken er allemaal demonen door je hoofd... en beleef je die scènes weer? Of zeg je na 22 jaar... kan je gelukkig zeggen na 22 jaar... dit hebben we wel gehad? Dat laatste. Gelukkig.
04:16
Ja, nul nachtmeers, nul demonen. Niet eens trauma. Ik ben voor trauma-experts ook best wel een interessant object. Dat is heel van, goh, hoe kan dit? Dus blijkbaar kan het, maar hoe kan dit? Vind ik ook heel interessant om het over te hebben, want het is geen gegeven dat je dus dit jarenlang meemaakt. In best wel bizarre omstandigheden, dat dit dan goed af gaat lopen. Sterker nog, ik heb heel veel gezien in mijn omgeving daar, dat het anders afliep.
04:46
Je zegt goed aflopen. Het heeft je vijf jaar van je leven gekost. Of dat verloren tijd is. Alleen maar verloren tijd wil ik je straks vragen. Ik ben benieuwd naar je antwoord. Maar het feit dat je er geen last meer van hebt. Maakt jou inderdaad. Zelfs voor mij. Als interviewer. Maar zeker voor de medische stand. Natuurlijk interessant. Natuurlijk interessant. Is er het beginnetje van een antwoord. Bij jou zelf.
05:16
In eerste instantie tijd. Dus het kost tijd. Want natuurlijk, per definitie is het een trauma. Iets overkomt je. Iedereen herkent zich daarin. Iets wordt je aangedaan. Het is onrecht. Iedereen kent het gevoel van onrecht. Dat hoef ik helemaal niemand te vertellen trouwens. En met tijd...
05:35
Tijd kan ik volgen. Dat was mijn antwoord ook geweest. Maar er is denk ik iets meer aan de hand... als psychologen... mensen die hier... deskundig op zijn, op dit terrein... zeggen, nou het is wel uitzonder dat Jozef... eigenlijk fluitend door het leven gaat. Terwijl Piet... die ook iets vreselijks heeft meegemaakt... nog elke nacht ligt te woelen in zijn bedje. Dus er is iets meer aan de hand. Wat zou dat kunnen zijn? Mazzel? Of heb je je getraind? Heb je... Ja, goede vraag.
06:03
Goede vraag.
06:05
Mazzel, ja, weet ik niet. Is het DNA? Is het waar je wieg heeft gestaan? Is het opvoeding? Is het een skillset die je hebt meegekregen van huis uit? Het zijn natuurlijk heel veel factoren. Waar ik voor wil waken is dat dit het is. En als je dat dus niet hebt, dan lukt het niet. Dus dat wil ik absoluut niet zeggen. Ik wil wel zeggen dat in mijn geval ik wel heel veel mazzel heb gehad...
06:32
Dat ik ben geboren waar ik ben geboren. Met een moeder. En dan ook natuurlijk een vader. Maar vooral die moeder. Die dus in staat was dan ook die brieven destijds te schrijven. Dat dat wel echt de rode draad. De houvast was. Het realiseren van ik ben niet alleen. En perspectief creëren van dit komt goed.
06:51
Laten we dan direct naar je moeder gaan. Het boek heet 400 brieven van mijn moeder. Je zat bijna vijf jaar in de Marokkaanse gevangenissen. Verschillende gevangenissen. Ver weg van huis. Ver weg dus ook van je Nederlandse moeder. Marokkaanse vader, Nederlandse moeder. Waren die toen nog bij elkaar eigenlijk?
07:06
Die waren toen afgescheiden? Ja, gescheiden sinds ik elf ben.
07:10
Dus jouw moeder schrijft jouw brieven. Waren het er precies 400 of misschien meer?
07:13
Tussen jou en mij? 415. Ja, moet je tegen niemand zeggen. Maar 15 brieven hebben het boek niet gehaald.
07:22
Het was aan het einde van de gevangenschap dat al het idee was, de werktitel. In de gevangenesperiode had ik al zoiets van, ik moet iets doen met die brieven. Dus de eerste werktitel was 500 brieven van mijn moeder. Toen waren het uiteindelijk dus 415 geworden. Maar toen had mijn moeder wel zoiets van, dan begin ik vanaf 400. Gewoon met 400A, 400B, 400C. Tot en met 400O volgens mij. Dus zo inventief was mijn moeder dan.
07:47
Oké. Je moeder bezorgt om haar zoon. Maakt iets mee wat weinig moet dus meemaken. Je zoon wordt ten onrechte. Want dat was voor iedereen al vrij snel duidelijk. Daar is eigenlijk nooit veel twijfel over geweest. De zoon zit ten onrechte in een Marokkaanse gevangenis. Hel op aarde. Jouw moeder schrijft jouw brief. Ik heb je boek uiteraard gelezen. Jouw moeder... Dat is om te beginnen een moeder die natuurlijk van haar zoon houdt. En haar zoon wil beschermen voor alles waar ze misschien in haar donkerste dromen vermoedens van heeft.
08:22
En die... Ja, wat is het eigenlijk? Het is niet een pep talk. Het is een soort... Ze schrijft een soort...
08:32
...levenslessen op... ...dat zou het misschien nog het beste woord zijn... ...aan haar zoon, dus heel particulier vaak... ...maar ook voor mij als buitenstaande... ...eigenlijk ongelooflijk inspirerend... ...en ik kan me voorstellen... ...voor jou als zoon... ...zo'n brief openend... ...woedend als je bent... ...er wordt je iets aangedaan... ...er wordt je iets ontnomen... ...namelijk je leven op dat moment... ...er komt een hel voor terug...
09:01
Jouw moeder houdt jou op de rails. Dat is het, hè?
09:05
Dat zeg je mooi. Dank je wel.
09:08
Jozef, blijf beleefd. Poets je tanden. Zorg dat je in conditie blijft. Blijf geloven. Toon veerkracht. Het is werkelijk waar. Dit heeft jou... uit de donkerste uren gered?
09:26
Honderd procent. Ik zal nooit...
09:30
Die eerste brief ook vergeten. Citeer hem eens.
09:34
Twee zinnen eruit.
09:35
Je hebt er eigenlijk al een paar zinnen uitgeciteerd. Verzorg jezelf heel erg goed. Want zodra je verzaakt jezelf te verzorgen... dan zak je heel snel af naar het niveau van de omgeving waarin je daar dan zit. Laat dat nooit met je gebeuren.
09:52
Schrijf je gevoelens op. Hou een dagboek bij. Kijk wat er ook is. Kijk door de tralies heen. En kijk naar die hippene musjes op het binnenplein. Die wegvliegen over de muren. Want ooit zou jij ook weer voorbij die muren zijn.
10:07
En dat zijn wel van die houvaste dingetjes geweest. Ik ging mezelf inderdaad ook heel bewust verzorgen. Want daar had ik nog 100% controle over. Met spullen uiteindelijk toegestuurd. Want je krijgt niks daar in die gevangenissen. Maar het was toegestaan. Dat ik dus heel bewust minitueus eigenlijk met mijn gebit bezig was. Want daar had ik 100% invloed op.
10:27
Met je gebit vooral?
10:28
Ja, ja, ja. Dat is echt een ding geweest. Poetsen, poetsen, poetsen? Ja, vooral als ik bezig was met het poetsen en flossen. Dat ik dat ook echt heel bewust per tand deed. Want het was een vast omlijnd doel dat ik na tien jaar celstraf. Want ik wist natuurlijk helemaal niet dat het maar de helft zou worden. Dat ik na tien jaar celstraf in ieder geval deze cel zou verlaten. Met al mijn tanden. Dat gaat gewoon gebeuren. Een rots vast vertrouwen gecreëerd tot perspectief.
10:59
Gaat gewoon gebeuren.
11:02
Even over die gevangenis. Schets mij eens. Ik kijk films. Iedereen kijkt films. Marokkaanse gevangenis klinkt niet goed. Klinkt naast heel slecht nieuws. Vergeleken met bijvoorbeeld de Nederlandse gevangenisinrichting.
11:18
Hoe erg was het? Schets me de donkerste uren.
11:24
Goh, ik weet nog de eerste keer dat ik de cel in werd geleid. Ik was drie dagen, zat ik al in een politiecel. Gedesoriënteerd, moe, vies. Ik had nog drie dagen lang dezelfde kleding aan. Eh... Nauw is gegeten en nauwelijks geslapen, dan word ik die zondag naar de gevangenis geleid. Ik weet nog dat ik het voorgeleid naar het kamertje van hoofdchef Nordin. Zoals ik hem beschrijf, de baas van die eerste gevangenis in zijn groene legerpak...
11:59
En ik weet nog dat ik die gevangenis binnenkwam... en dat ik al die jongens zag hangen... achter de tralies, met die littekens... en waren aan het sissen. Ik sprak toen geen woord Marokkaans, Arabisch. Dus al die jongens riepen dingen... waarvan ik niet wist wat ze riepen. Ik word begeleid door die bewakers... naar dat kamertje van hoofdchef Nordin. Ik krijg nog een gevangenisnummer toebedeeld. 53548. Waarvan ik dacht, waarom krijg ik een gevangenisnummer? Iedereen roept dat het toch wel goed zal komen. Maar het zal wel. Procedure waarschijnlijk. En...
12:31
Ik word daarna dus begeleid naar die cel. Dus iedereen werd de cel ingeroepen. Dat de pleinen vrijer waren. Dat ik daar dan naartoe werd geleid. Ja en ik loop daar die cel in. En ik zie al die mensen door elkaar. Het is alsof je een volle vieze markt.
12:49
Vol mensen, maar dan nog voller dan je kunt indenken. En de geur die daarbij komt. Een rare mix van oud zweet, uitwerpselen, afval, rook, urine. En dat je echt denkt, zo kan een persoon niet leven.
13:03
En er zijn natuurlijk afbeeldingen van. Die zijn gewoon te googlen. Met gevangenis, Marokko, afbeeldingen. Google ze maar. Dat zijn foto's ook gemaakt door bewakers. Die ook een soort van tegengeluid wilden brengen. Van goh, weet je, dit is wel wat het is. Anoniem op het internet geslingerd. Maar ik dacht, hier kun je mij niet tussen zetten.
13:24
Dit kan ik niet. Je hebt gewoon letterlijk minder dan een vierkante meter voor jezelf. En dan die eerste nacht. Dat dan zeg maar de mensen worden neergelegd. Als sardines in een blik. Met de voeten. En hoofden om en om. Ik was een beetje ongemakkelijk in heel die ruimte. Want ik snapte er helemaal niks van. Nogmaals moe gedesoriënteerd. Ga hier maar liggen in het gangpad. Ik lag met al die voeten om me heen. En iedere keer die nacht. Die eerste nacht. Ik voel nog de tranen over mijn wangen heen biggelen.
13:56
Omdat ik in het donker keek. En iedere keer een voet in mijn gezicht kreeg. En gewoon de slaap niet kon vatten. Dan dacht ik, dit overkomt mij gewoon niet. Niet ik. Dit zie je inderdaad in films. Maar niet ik.
14:09
En dan heb je nog altijd toch de hoop dat dit wel goed gaat komen. Dit gaat goed komen. Iedereen weet dat, het is overduidelijk. Dit gaat goed komen.
14:16
En dat kwam het niet. En dat kwam het niet. Ondanks inspanningen van natuurlijk je moeder, vrienden... het ministerie van Buitenlandse Zaken was er ook al snel achter... dat hier echt een groot misverstand had plaatsgevonden. Ook zij kregen geen voet aan de grond. Dus op een gegeven moment moet je berusten... Dit is het voorlopig even. Misschien niet tien jaar, maar het komende jaar, jaren misschien zit ik hier. En dan moet je overleven eigenlijk. Heb je ooit gedacht aan niet overleven?
14:50
Nee.
14:52
Gedachten zijn er altijd wel. Maar dat is echt gewoon een fractie van een seconde en dan ook gewoon meteen weg. Niet, gewoon niet. Ik zal overleven, honderd procent.
15:04
De brieven van je moeder zijn er 415 geweest. Van 400 hebben we stukken kunnen lezen in je boek. Dat lijkt mij inderdaad een baken van liefde en warmte. Zij was misschien ook met sommige zinnen... Ik zou zo graag willen dat je die nog wist. Volgens mij weet je ze ook zeker nog. Dat zou ik denk ik wel weten. Als mijn moeder me die brieven stuurt. En ze betekenen zoveel van mij. Met bepaalde zinnen hebben ze je gewoon door een week gesleept.
15:36
Door een maand gesleept. Door een half jaar gesleept. Wat waren dat voor zinnen?
15:40
Eh...
15:44
Wat ik heel confronterend vond en niet leuk... naast natuurlijk die prachtige woorden van steun... de filosofietjes, de natuur... het zien wat er wel is in plaats van wat er niet is... was het op een gegeven moment de zin van... het komt er nu op aan. Nu is het aan jou. Focus. Pak je verantwoordelijkheid daar... Bepaal doelen en bereik ze dan ook. Ga kijken naar wat... In de gevangenis. In die kleine rot wereld waarin je terecht gekomen was.
16:16
Ja, en dat was natuurlijk helemaal niet leuk om te horen. Want dat betekent dat ik dus aan de bak moet. Terwijl, waarom moet ik aan de bak, in de bak? Maar waarom ik? Want het is niet mijn schuld. Dus nu moet ik een stap gaan zetten. Dat is toch totaal onrechtvaardig? Dus het was heel confronterend dat ik dus wel die eerste stap moest zetten. Waarbij mijn moeder ook zei. Als je het echt wilt dan gaat het je ook lukken. Wat was die eerste stap? Daar komen we even terug bij. Waar ik het ook over had met die eerste brief. Met dat inderdaad.
16:46
Een dagboek bijhouden. Gevoelens op schrijven. Gedurende de rest van die periode. Heb ik dus ook echt een dagboek bijgehouden. Soms hele slechte weken gehad. Dat ik gewoon niet de puf had. Om een dagboek bij te houden. Maar dan was het ook oké. Heb ik ook geleerd. Het hoeft niet. Dan hoeft het ook niet. Maar pak het wel weer terug.
17:05
Verzorgen van mezelf. De verbinding aangaan. Mijn moeder kon heel mooi vertellen dat ik daar niet alleen was. Kijk om je heen. En maak verbinding met die mensen daar. Kijk ze aan. Vraag naar hun naam. Wees nieuwsgierig. Gewoon je menselijke nieuwsgierigheid die je altijd hebt gehad. Laat jezelf daarin maar gewoon zien. Want 100% zeker die mensen daar. De meeste mensen ook daar. Zullen deugen. En...
17:33
Dat deed ik. En ik heb gesprekken gehad. Met zoveel mensen daar. Allemaal verhalen. Ik was best wel zwart-wit. In mijn denken. Iemand die in een gevangenis zit.
17:44
Ik vind de opmerking van je moeder. De meeste mensen zullen ook daar deugen. Mooi boek ook, dat was van Arthur Brechtman volgens mij.
17:50
Ja, van Rutger Brechtman. Sorry, Rutger Brechtman, sorry.
17:53
Met een schitterende titel. En een troostgevende titel. En een hoopgevende titel. Dat jouw moeder vanuit Nederland zegt, ook daar, ik ken ze niet, ik weet niet wie het zijn, maar ik geloof mij maar, dat is wel een ingoeie Goed uitgangspunt van je moeder.
18:12
100%. En dat vind ik misschien zo mooi. In zo'n desolate omgeving. Dat het dus wel bestaat. Dat die medemenselijkheid er dus wel is. 100%. Noem eens een naam. Van iemand waar je dacht. Die heb ik ontmoet. Dan wil ik meteen terug gaan naar hoofdchef Noorden. Dat is mijn grote geluk geweest. Binnen dat immense ongeluk. Deze man. En dan moet je je voorstellen, een man in groenlegenpak. Strenge man, strenge blikken in zijn ogen. Hij kreeg het zwaar respect van iedereen.
18:44
En waarom? Want hij was de wet binnen die muur. Hij was God. Dat mag je helemaal niet zeggen als moslim zijnde vanuit zijn kant. Maar hij bepaalde alles. Hij trapte je echt het licht uit de ogen met die zware kisten van hem. Als jij iets probeerde te flikken binnen die gevangenismuren. En ik heb het gezien dat ik gesprekken met hem heb gehad... naarmate onze vriendschap vorderde en ik de moed had van gewoon, moet dat? Vriendschap? Ja, ja, die vriendschap die nog steeds bestaat. Hij ze inmiddels ook vier keer heb ik hem hier naar Nederland gehaald. Heb ik hem mijn leven laten zien.
19:15
En... Heel even een zuurplast nu. Ja, ja.
19:21
Gevangenis bewaarder. Hij die voor de deur staat, maar jij niet meer doorkomt. Die de sleutel heeft. Die het licht uit je ogen trapt als het hem niet bevalt. Dat beeld begrijp ik. Dat voldoet aan de clichés die ik een beetje heb over de Marokkaanse gevangenis. Is een vriend van jou geworden? Heb je inmiddels een paar keer naar Nederland uitgenodigd om te laten zien hoe je leeft? Wie je vrouw is, wie je kinderen zijn. Dat vind ik een bijzonder verhaal. Wanneer wist jij dit is mijn vriend?
19:48
Nee, nee, nee. Niet vanaf de eerste seconde. Nu met terugwerkende kracht weet ik dat wel. Maar dat gesprek toen ik voor het eerst werd voorgeleid in die gevangenis. Aan zijn bureau. Dat hij met die strenge blik naar me keek. Dat hij me letterlijk vertelde. Nou, vertel me wat er is er gebeurd.
20:09
Dat ik echt in een miljoen stukjes brak. Ik was daar 24. Ik was een klein manneke. En ik snapte er niks van. En ik huil en ik huil. En hij zegt nu nog steeds tot op de dag van vandaag. Zegt hij toen wist ik het. Hier klopt helemaal niks van. Hij zegt letterlijk 17 jaar werkte ik al in die bende. Wat ik met deze jongen hier nu zie. Ik weet niet wat je hier doet zei hij. Maar je bent hier nu wel. Daar kan ik helaas niks aan doen. Maar ik ben er voor je.
20:37
Allermachtig. Dus hij was overtuigd van je onschuld?
20:42
Maar kon hij dan... Hij kon verder niks. Nee, want het is een andere functie. Hij is hoofdgevangenisbewaarder. Hij is de baas van de gevangenis. Hij gaat niet over oordelen of niet oordelen. Hij kon ook niet dat zijde ook tegen mij. Ik zou graag de deur willen openzetten voor je... maar dan breng ik mezelf en de rest in gevaar. Maar ik verwachtte dat ook nooit... Ik ga dat niet verwachten. Ik was al lang blij dat hij me echt onder zijn hoede nam. En dat dat mijn grote geluk was. Waardoor de andere gevangenen mij ook gingen waarderen.
21:14
Of als het anders was geweest.
21:18
Kijk.
21:20
Ik ben heel nieuwsgierig naar je antwoord. Vijf jaar van je leven zijn je ontnomen eigenlijk. Voor iets waar je niets mee te maken had. Part nog deel aan had. Dat is zeer onrechtvaardig. Daar moet je karakterologisch ook mee zien dealen. Dus natuurlijk, deze tijd had ik heel graag willen missen. Dit verdiende ik niet. Ik zou me kunnen voorstellen, naar het verhaal wat je net vertelt over de hoofdbewaker... Dat er een aantal dingen zijn voorgevallen in die vijf jaar. Die je voor geen prijs had willen missen. 100%.
21:50
Ja, raar is dat hè?
21:52
Ja, is het raar of is het berusting. En het mooie ook gewoon willen zien. Want dus zelfs binnen dat. Ja, wat ik net al zei. Desolaten, dat verschrikkelijke, dat extreem. Dus toch het mooie kunnen zien. Dat dat dus kan.
22:07
Ik ga een vraag stellen wat eigenlijk een slotvraag is. Maar ik stel hem niet op. Omdat u nu hem opborrelt. Als je nu de balans opmaakt. Je wordt niet meer geplaagd door demonen.
22:18
Je staat fluitend op. Het is gebeurd. Je hebt het in een boek opgeschreven. Het is een herinnering. Je kan er schitterend over vertellen. Het heeft ook een aantal dingen. Die niemand in zijn leven bijna meegaat maken. Opgeleverd. Dat maak je waarschijnlijk rijk.
22:34
Als ik nu de gewetensvraag stel. Stel, het was niet gebeurd. En dat had ook niet mogen gebeuren. Dus je was gewoon vrolijk. Je had die fabriek bekeken op dat inpakken. En je was weer terug naar Nederland gegaan. Het leventje ging door. Of deze vijf jaar. Deze vijf intense jaren. In alle opzichten.
22:53
Waar kies je voor? Ja. Dat is leuk hè, dan heb je een soort van illusie dat je dan een keuze hebt. En die keuze heb je per definitie niet.
23:02
Ik snap het helemaal. Maar ik ben toch nieuwsgierig.
23:05
Stel dat ik echt gewoon tijd zou kunnen terugdraaien. Eén gereden waarom ik het niet opnieuw zou doen. Maar dat is ook echt één gereden. Is om mijn moeder en mijn vader het verdriet te besparen. Enige reden. En verder. Ik zou zo weer teruggaan. Ik zou het zo weer opnieuw doen. Zonder enig blik of blozen. Nu in de wetenschap. Dat ik daar heb kunnen zijn. Voor de jongens. Uiteindelijk. Ik laat tekeningen zien. Met ballonnetjes. Met prachtige berichtjes richting mijn moeder.
23:36
Ik heb al honderden vrienden gemaakt. En ik ben geen allemans vriend. Maar mijn waarde ligt wel bij...
23:41
Dat ik wel die stap zet. En probeer die verbinding te maken. En hebben wij die verbinding. Gewoon puur vanuit mens zijn. Is het mooi. Hebben wij dat niet. Dan vind ik dat jammer. Maar dan is het ook wat het is. Want dat mag. Nu nog steeds je vriendschappen hebbend. Nu kijk ik naar mijn leven. Dat ik van waarde mag zijn voor iemand anders. Die blijkbaar troost of inspiratie put uit mijn verhaal. Of ons verhaal van mijn moeder en mij. Dat is meer dan dubbel een dwars waard.
24:07
Wat een antwoord is dit. Dus als mijn ouders niet waren geweest. En dat is natuurlijk het belangrijkste argument. Dat begrijp ik ook helemaal. Ik begrijp alles wat je zegt. Maar stel dat mijn ouders zijn niet waar geweest. Ik was op dat moment zonder ouders. Dat had ook kunnen gebeuren. In een ander leven. Dan had ik het zo over gedaan. Nogmaals onschuldig veroordeeld. Tot vijf jaar gevangenisstraf. Althans die heb je praktisch door moeten maken. Ik had het zo weer gedaan. Want ik heb daar dingen mee gemaakt. Opgeschreven, gelezen, gehoord.
24:41
Die had ik niet willen missen.
24:44
100%. Ik spreek Marokkaanse Arabisch. Dat had ik altijd gehad in mijn leven. Ik ben gewoon Marokkaanse Arabisch gaan leren. Want ik zat dat toch. Dus ik had zoiets van weet je wat. Ik heb de tijd. Letterlijk de tijd. Maar nu gaan we even op dit spoor.
24:57
Gaan we heel even verder samen. Want dit kan je niet. Want kijk jij. Ik neem aan dat je af en toe dit soort verhalen vertelt.
25:04
Die ik mag vertellen.
25:07
Ja natuurlijk te troosten. Misschien door elkaar te schudden. Etcetera. Natuurlijk. Je kan niet tegen iemand zeggen. Ga de gevangenis in. Dat natuurlijk niet. Maar wat kan je dan wel tegen iemand zeggen. Bij wie het leven zijn gangetje gaat. Niks aan de hand. Vrolijk. Licht op de voeten. Leuk werk. Jij maakt iets mee waarvan je zegt. Dat maakt het leven intenser. Meer de moeite waard.
25:33
Je wringt het leven uit, als het ware. In de beste zin van het woord. Wat moeten die mensen dan doen?
25:40
Ja, weet je wat het is? Niemand blijft vrij van ellende. Dat is natuurlijk een illusie ook. En dan praat niet over gradaties van ellende. Want je hebt allemaal hele mooie gasten... die ook hebben gesproken over ellende. Jij kent ellende. Iedereen kent ellende. Dus niemand zal vrij zijn. En natuurlijk zal iemand wel kunnen relativeren... en kunnen zeggen van...
26:02
Jouw ellende is echt wel veel erger dan mijn ellende. Maar dan is dat ook van jou. Dat mag gewoon. Misschien is dat het allermooiste. Dat iemand anders zou kunnen relativeren. Zoals ik dat ook kan. Met andermans verhalen. Daar valt ook wel mee. Maar gebruik dan jouw ellende. Zeg ik dan altijd. Want ik kom natuurlijk heel veel mensen tegen. Die dat dus zeggen. Maar dan vraag ik altijd, ja, maar jij hebt ook ellende? Ja, maar bijna altijd zeggen ze, ja, maar dat valt wel mee. Geleken bij jou valt veel mee.
26:34
Ja, maar dan denk ik, ja, maar dat is niet fair. Want jouw ellende mag er ook zijn, want het is er toch. En dat is eigenlijk heel raar om te zeggen, het mag er zijn. Maar dat is eigenlijk misschien meteen ook een sleutelwoord... in traumaverwerking, dat zodra het er mag zijn, dan is het geen trauma meer. Zolang het er niet mag zijn en je het weg wilt duwen, terwijl het er toch altijd zal blijven zijn. Als haast een soort van tumor, sorry voor het gebruik. Mijn vader is aan de overleding, die rotzooi. Maar dan is het wel, dan wordt het echt een etterend iets. Maar zodra het er mag zijn, dan gun ik iedereen echt het inzicht, wat ik dan voor mezelf heb verworven, dat mag er zijn en ik ga er gebruik van maken ook.
27:11
Met tijd, met geduld. Maar wel het magazijn met ook alle mooie momenten.
27:18
Jouw moeder speelt nogmaals de grootste rol in je leven. Ja, niet meer. Toen wel. Die is er nog, toch? Gelukkig, ja. Ze leeft nog.
27:28
Ze is afgelopen weekend nog lekker voor mijn verjaardag overgekomen. Lekker blijven loseren. Absoluut.
27:33
Even heel kort, gewoon uit nieuwsgierigheid. Het raakt niet de hoofdzaak. Maar je vader, notabene Marokkaan, van afkomst, komt niet zoveel in het boek voor als je moeder. Klopt. Ze waren gescheiden, dat heb je me net verteld. Kon hij niet iets voor je betekenen, sprekende de taal en misschien met allerlei familieleden in de buurt van de gevangenis?
27:57
Ja, dat lijkt haast wel een gewetensvraag natuurlijk, voor mij. Niet vanuit jou, maar sinds zijn overlijden, En sinds mijn eigen vader zijn, dus dat ik vader ben geworden... is zijn rol gek genoeg veel groter geworden. In je hoofd? Ja. En niet alleen in mijn hoofd, maar ook terugdraaiend... heb ik mijn vader heel veel verweten. Ik ben heel boos geweest, ook na de scheiding. Een paar jaar lang niet gezien.
28:28
De achternaam van mijn moeder aangenomen. In twee havo, drie havo. Boos, gewoon als puber was ik boos. Hij was de schuld van alles...
28:36
Geleerd uiteindelijk nu als volwassen man dat er niet zijn tekortkomingen waren, maar mijn verwachtingen. Dus die stel ik wel bij. Want nogmaals, dat is waar het hele leven over gaat. Hoe kijk ik ernaar? En mijn vader nu wetende dat hij op zijn manier echt zijn best heeft gedaan. Altijd vanuit liefde voor zijn eerste zoon.
28:56
En ik daar heel dankbaar voor ben. Maar concreet gezien... heeft hij niet zoveel voor me betekend... als mijn moeder destijds. Want hij kon geen Nederland schrijven. Hij was zelf heel erg slachtoffer van... dit overkomt mij in mijn land. Ik weet hoe het daaraan toe gaat. Ik had hem moeten beschermen. Ik had moeten behoeden dat hij zou gaan. En dit en dat. Dan kreeg ze even pap. Soms ook aan de telefoon. In de telefooncel was hij allemaal zo zwaar. Dat ik echt een keer heb gezegd. Pap, ik zit hier en niet jij. Dus boos.
29:26
Maar nu als vader zijn. Ook hij zat daar. Nu weet ik het. Heb je hem dit nog kunnen zeggen? Zeker weten. Gelukkig. In zijn eigen moedertaal zelfs nog. Dat klinkt. Dat klinkt. En ik kan het van elkaar hebben.
29:43
Daar heb ik een fammuk. Ik begrijp je nu, papa. Nu begrijp ik je.
29:51
Een tweede schuilplaats. De brieven aan je moeder. De brieven van je moeder. Ik moet het goed zeggen.
29:57
Ja, wel de eer naar haar.
30:00
Zeker, maar natuurlijk was dat een troost bij tegenslag. Dat zegt eigenlijk nog te weinig bij wat jou overkomen is. Vragend naar een andere schuilplaats... kwam jij met dit boek. Martin Gray. Uit naam van al de mijnen. Was dit boek bij je in de gevangenis? In de gevangenis.
30:25
Het exemplaar dat je hiervoor ziet. Helemaal onder kakkelangpoep. Het origineel heb ik meegenomen. Terug meegenomen. Het is me toegestuurd door mijn moeder. Ik wilde dit boek graag lezen. Vertaald vanuit Frans. En gelezen in de gevangenis.
30:44
Gehuild in de gevangenis. Ik kan nog steeds huilen als ik echt. Me helemaal verdrinken zijn verhaal. En nu ligt het hier nog steeds. Op tafel. Het heeft een prominente plek in mijn kantoor.
30:55
Ik ken het niet. Dank dat je me erop geweest hebt. Ik heb het natuurlijk. Ik heb er kennis van genomen. Ik moet het nog uitlezen. Ik ben begonnen.
31:07
Heel kort het verhaal. Martin Gray is een Poolse, Joodse meneer... met een hele andere naam. Die in de Tweede Wereldoorlog met zijn hele familie... vader en moeder, broers en zussen... naar Treblinka is...
31:23
Gedeporteerd.
31:23
Gedeporteerd, tuurlijk. En daar is eigenlijk iedereen vergast. Behalve hij. Hij heeft kunnen ontsnappen. Wonderlijk, wonderbaarlijk.
31:33
Ja, want Treblinka is wel... Iedereen kent Auschwitz natuurlijk. Dat is verschrikkelijk ook. Maar Treblinka was echt gewoon letterlijk een vernietigingskamp. Je ging er naartoe om vernietigd te worden.
31:42
Zeker. Dit is al voor een mensenleven al veel te veel. Hij gaat naar Amerika. Uiteindelijk beproeft hij zijn geluk in Frankrijk met vrouwen en kinderen. En die komen allemaal behalve hij om bij een bosbrand in Zuid-Frankrijk.
31:58
Dat is zijn leven. Ongekend toch? Ongekend. Dit is niet eerlijk. En nauwelijks te bevatten. Daar schrijft hij over. Dit schrijft hij allemaal op. Ik merkte al uit de passages die ik heb gelezen. Dat is zeer indrukwekkend. Dat kan ook bijna niet anders. Maar hij schrijft het ook echt goed op. Want ik begrijp dat jij dit verhaal... Leed kan je niet wegen en niet meten met elkaar. Maar hiervan zou je kunnen zeggen... Dit is...
32:29
Ik kom aan situatie, we relativeren ook hoe gek het ook klinkt. Dat begrijp ik helemaal. Maar hij heeft de veerkracht. Hij heeft voortdurend... toch levenslust, dat moet je het misschien toch wel noemen, om te overleven en om door te gaan en om dit uiteindelijk op te schrijven. Wat in dit boek heeft jou zo geraakt?
32:54
Dat hij het door is blijven zetten. Dat hij, daarom vind ik die titel ook zo mooi, uit naam van al de mijnen, van zijn geliefden, dat hij het zichzelf verplicht, ik moet doorzetten, juist uit hun naam.
33:08
Ik overleef. Ik snap helemaal niks van, zegt hij ook. Waarom ik? Ik heb twee keer mijn hele familie verloren. Nogmaals, heb je alles op de rit. Heb je vrouw, drie kinderen en dan komen die om in een bosband. Dat verzin je gewoon niet. En hoe hij dat opschrijft, daar kan ik echt tranen om laten. Want het zijn je kinderen. Nogmaals, als vader zijnde...
33:29
Zijn er passages... die je gewoon... misschien hoofdelijk... of uit je hoofd zou kunnen kennen... of die je nu kan zeggen... Matthijs, dat lees ik even voor je voor. Dan heb je een gevoel... Als het niet kan, kan het niet.
33:42
Je hebt het over een van mijn lievelingsboeken. Als je het hebt... wat ik heel indrukwekkend vind... en dat zal wel richting het einde van het boek... waar hij het dus echt heeft over het noodlot... dat hij dan zegt... even kijken, want hier... de dag...
33:58
Dag na dag. Hij schrijft letterlijk ik pleegde geen zelfmoord. Ik wilde het wel, maar ik werd bewaakt. Het enige dat nog van hen over is zijn levenloze voorwerpen. Drie accordeons, hun speelgoed, hun schriften, de tekening van het meisje met uitgestoken armen, hun kleren, foto's. Het zijn banale, dode dingen. Wie kan mij hun leven teruggeven? Wie kan mij mijn leven teruggeven? Ik pleegte geen zelfmoord. Ik praat, ik eet, ik handel. Ik maakte een tijd door waarin mijn doodsverlangen mijn enige vriend was.
34:31
Ik maakte een tijd door waarin mijn enige vraag was waarom? Waarom ik? Waarom moest ik twee keer mijn familie verliezen? Had ik mijn tol aan de mensen, aan het noodlot nog niet betaald? Waarom? Ik vertelde mijn levensverhaal om iets te kunnen begrijpen van die aaneenschakeling van waanzin, van toeval, van het ongeluk waaronder ik verpletterd raakte. En ik leef. Ik leef, ik eet en ik doe dingen en ik wilde weten wat er gebeurd was. En die wil, juist uit naam van de zijne, dat is een ongekende levenskracht denk ik.
35:11
Waar ik me iets bij kan voorstellen. Omdat mij onlangs nog de vraag werd gesteld. Hoe had je het waarschijnlijk ervaren. Jouw gevangenisperiode als je vader was geweest. Daar moet ik echt heel hard over nadenken. Want ik kan me wat roepen. Maar dan moet ik me echt gaan inleven. Oh ja, dat betekent dus mijn zoontje is nu zes. Ik had tien jaar celstraf. Dat betekent dat ik hem niet meer zal zien totdat hij zestien is. Alleen die gedachte is onmenselijk. Laat staan dat je kind moet verliezen.
35:42
Maar dan denk ik... Want ik kan alleen maar praktiseren. Dan denk ik dat ik nog meer kracht had gevonden. Omdat het dan nog dieper was.
35:51
Om juist het te overleven. Om er juist nog meer voor hem. En mijn gezin te zijn. Dat is wat ik hieruit lees. En denk van ja.
35:59
Sla je het dan wel eens op? Of zitten alle bladzijden?
36:06
Dit zit onder andere in mijn DNA. Dit hele boek.
36:10
Heb je hem wel eens willen ontmoeten?
36:12
Ja. Mooie vraag. Hij is overleden. In zijn zwembad. In België. Oh, is dat zo?
36:18
Ja, dat heb ik.
36:20
Oh, dat heb jij dan weer. Dat heb ik even voor je opgezocht. Dan hoop ik zo dat het in een prachtige villa was met gewoon heel zijn geluk. Dat kan ik je niet vertellen, maar ik las het rare detail dat hij in zijn zwembad is gevonden. Heel oud hoor. Ja, ja, ja.
36:35
Dus ik heb hem helaas nooit ontmoet. Nu vind ik ook ontmoetingen met mensen. Het is allemaal leuk en aardig. Maar dit dat we nu in zijn nalatenschap. Dit nu zo aan het bespreken zijn. Voor nu ook een bepaald publiek.
36:48
Uit naam van mijne eigenlijk. Helemaal daad. Je voegt de daad bij het woord. Helemaal daad. Mooi gezegd. Derde schuilplaats.
37:02
Het landschap van Limburg.
37:05
Zuid-Limburg. Oon je daar? Daar woon ik tegenwoordig. Ik heb een Maastrichtse vrouw. Dus mijn vrouw gaat vaak over. Je hebt altijd een keuze. Niet altijd. Wat bedoel je daarmee? Dat ik echt wel naar Maastricht moest. Dat is geen straf toch? Dat is helemaal geen straf. Sterker nog. Toen we naar een huis op zoek waren, hebben we echt gewoon naar verschillende plekken gekeken. Ik heb echt gewoon wat dat betreft wel een dame die gewoon echt wel de wereld kent. In de zin van Arnhem, omgeving daar, Achterhoek.
37:36
Ja, dat is prachtig natuurlijk ook. De Veluwe. Maar uiteindelijk op een prachtig huis gestuit. Echt letterlijk een vakwerkwoning. Uit 1726 of 1796. Daar zijn ze er nog niet helemaal over uit. Daar zal niet te min. Napoleon moest volgens mij nog binnenvallen. Dus hoe wonderlijk is het dat we in een huis leven. We denken in het leven van allerlei bezittingen te hebben. Je bezit gewoon helemaal niks. Je mag het gewoon even lenen. Dan geef je het weer door.
38:00
Dat heet een vakwerkhuis? Ja, een vakwerkhuis.
38:03
De term ken ik niet. De Zuid-Limurgers zijn nu denk ik wel een beetje geraakt. Ik snip van dit eruit.
38:09
Lekker makkelijk. Zonder gekheid vakwerkhuis. Dat zijn die huizen, je kent ze wel. Met van die houten balken ertussen. Zeker ken ik die.
38:18
Ik wist alleen niet dat dat de term was. Dat heet een vakwerkhuis. Mag je geen deurknop veranderen natuurlijk?
38:24
Ze doen wat moeilijk. Dat klopt. Maar wij zijn er ook in gaan wonen. Omdat we dat ook in ere willen houden.
38:31
Nou loop je. Ik kom niet vaak in Limburg. Maar als ik er ben. Dan ben ik altijd weer verbijsten. Dat ik denk. Dit is al bijna Frankrijk. Met die mooie herlingen. Met die apostelhoeven. Wat doet dat landschap met jou?
38:45
Ik zit nu wel zo te fabuleren, maar het gaat om dat jij daar werkelijk loopt.
38:48
Ja goed, ik woon er, maar ik woon er met heel veel plezier. Ik krijg echt wel regelmatig de vraag van... Goh, ik heb ook wel eens gezeten in Maastricht, een omgeving. Kun je daar wel aarden? Ik vind het wel een leuke vraag die mij dan wordt gesteld. Het zou mooi zijn als ik dan zou zeggen... nee, ik kom wel aardig binnen die extreme ontstandigheden in de gevangenis. Dat ging helemaal prima. Maar Zuid-Limburg, dat lukt me niet. Nee, zeker. Maar dat is ook weer... hoe komt dat? Wellicht weer vanuit die menselijke nieuwsgierigheid.
39:18
Wellicht vanuit mijn waarde. Dat ik altijd die eerste stap zal zetten... om die verbinding te maken. Ik ga me wel het Maastrichts eigen maken. Ik begrijp wat je zegt.
39:28
Het is jouw grote talent om met mensen... Om nieuwsgierig te zijn. En ze altijd het voordeel van de twijfel te geven. Het zijn even mijn eigen woorden.
39:37
Zeker. Anders gaan mijn waarden weg.
39:42
Zoals je moeder het voorbeeld gaf. De meeste mensen deugd.
39:47
Maar het gaat me nu even om het landschap. Misschien zoek ik iets wat jij helemaal niet kan geven. Maar het landschap. De werking die... Want dat is iets anders dan een industrieterrein in Amersfoort. En dat kan me zo goed voorstellen dat dat helpt. Honderd procent.
40:04
Nog steeds.
40:07
Daar vind ik de rust. Je hebt het over schuilplaatsen. Ik vind een schuilplaats natuurlijk wel een soort van. Dat kan een negatieve lading hebben. Want dan schuil je voor iets negatiefs. Zo ervaar ik het niet. Maar ik zit natuurlijk heel veel op de weg. Buiten. Bij heel veel vreemde mensen. Organisaties. Noem het maar op. En dan ben ik alleen. Ik ben altijd alleen.
40:29
En dan heb ik wel eens het gevoel. Ik moet toch weer opboksen tegen de wereld. De wereld die ook sceptisch kan zijn. De wereld die toch twijfel heeft. De wereld die maar niet gelooft. Of even heel zwaar gemaakt. Maar dan kan ik niet meer doen dan mezelf zijn. Bij mijn waarde blijven. Mijn verhaal doen. Delen. Niemand overtuigen. Maar puur delen. Dit is wat het is. En dan daarmee loslaten. En net als na dit gesprek. Kruip ik mijn auto in. En ik heb nog altijd het gevoel. Dan mag ik weer.
40:59
Terug. En dan zeggen mensen... Jeetje, wat is uit Limburg? En dan zit hij in Amsterdam. Amsterdam is inderdaad ver weg. Dat kan ik je vertellen. Maar het is ook allemaal relatief. Maar juist die afschakeling... van die twee werelden... terug naar het Limburgse landschap... wandelen... met het hondje, het gezinnetje... dat was helemaal niet gewenst...
41:22
Ja, jij bent echt natuurlijk een hondenmens. Ogen van Bobby had ik begrepen natuurlijk. Mooi. Ik ben een kattenmens. Ik ben echt een kattenmens.
41:31
En ik heb altijd gezworen... Wil je mijn plezier heel lief voor die hond zijn?
41:36
Oh, vraag het aan mijn vrouw. Vraag het aan mijn vrouw. Dit is echt de beste hond die een niet-hondenmens kan hebben. Het is een schat van een dier. Van de Mexicaanse stranden gered. En hij woont bij ons. En hij is meer dan welkom. En... Het mooiste aan zo'n dier is niet alleen de onvoorwaardelijke liefde. Altijd blij, kwispelend. Dat heeft een kat niet. Als je het kon, dan zou hij een pootje opsteken van waar is mijn eten? Een hond is gewoon wat blij dat je er weer bent.
42:04
En je hebt ook een soort van verplichting die wandeling te maken. En dat is wel mooi die rust.
42:13
Ik ga even terug. We naderen het eind van ons gesprek. Zeer veel dank voor je openhartigheid. Het is een heel bijzonder verhaal wat je vertelt.
42:21
Dankjewel.
42:21
We gaan terug naar het moment dat je wel vrijkwam. Want op een gegeven moment, je hebt er niet tien jaar gezeten. Uiteindelijk heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken toch zo zijn best kunnen doen en aan kunnen tonen dat hier iets...
42:34
Helemaal vermis was. Met het als gevolg dat je. Na bijna vijf jaar. Je hebt wel de helft ongeveer moeten zitten. Vrij kwam. Die dag. Dus toen je het overleefd had. Je hebt goed naar je moeder geluisterd. Je tanden waren parelend wit. Je was in goede conditie. Je had zelfs vriendschappen voor het leven gesloten. Maar die deur ging dicht. Alleen gewoon. Je kan zo goed formuleren. Dus ik durf het je ook te vragen. Gewoon dat moment. Die eerste twee minuten.
43:05
De eerste twee minuten na vrijlating bedoel je. Buiten, je gimpies.
43:11
Ja, op mijn kapotte sneakers met mijn kapotte spijkboek en wit t-shirt. En voor de rest alleen nog een rode koffer met al die brieven. Het is... Ik zat er in die kelder, in die cel. Van het cellencomplex van het Paleis van Justitie. Daar is Zegdogenbosch.
43:29
Want dat was je laatste celletje.
43:31
Ja, maar dat wist ik toen nog niet. Dus ik heb zoveel cellen gezien. Overgeplaatst. Je was inmiddels naar Nederland. Ja, overgeplaatst per vliegtuig. Koninklijke Mouw CC. Naar Schiphol. Cellencomplex. Daar weer overgeplaatst. Een circus dat ik eraan terugdenk. Goh, en al die tijd wist ik gewoon niets. Behalve, je gaat naar de volgende plek. Dus er is ook een vorm van onzekerheid. Dat je niet weet wat er gaat gebeuren. Maar ik had al lang geleerd. Onzekerheid is ook een van die emoties. Die mag er zijn. Ik zie heel veel mensen worstelen met onzekerheid. En ik snap het.
44:03
Maar in plaats van ermee te worstelen. Geef het ruimte. En wat ik dan doe is het vervangen door vertrouwen. Dat wat het leven dan ook biedt. Creëer dan zelf het perspectief dat jij dit aankunt. En...
44:14
Zo zat ik daar ook. Starend naar die zwarte zeildeur. In dat kleine celletje. En ik heb hem weer twee keer bezocht. Ik heb twee keer, bizar genoeg, daar op de rechtbank. In Setogenbos. Mogen spreken voor rechters, magistraten. Voor officieren van justitie. Totaal andere wereld. Maar die wilden ook de andere kant weten. Mocht ik een rondleiding krijgen. En dan zat ik daar weer. En dan kwam het allemaal weer terug. En gaat die zwarte zeildeur open. En ik zit op dat betonnen bankje.
44:44
En die officier van justitie zegt... meneer Oepelkas. En ik zeg... ja, ik heb hier goed nieuws voor u... want ik heb het bevel van... in vrijheidsstelling. Dus u mag naar huis. En ik zit daar. Je hoort het wel. Je denkt het te begrijpen...
45:04
Maar dat is het moment. Dus die vier woorden. U mag naar huis. En haast wil je het gewoon niet geloven. Want is het geen grap? Dus die onwerkelijkheid. Die balans dat ik dan naar buiten mag. En dat mij dan wordt verteld. Ik heb begrepen. Uw moeder en uw beste vriend Willem. Dus blijkbaar besloten dat zij me mochten oppikken. Met z'n tweetjes. En daar mag u naartoe. En dan denk je. Dus ik mag nu gewoon gaan. En ik loop die kelder uit.
45:34
En het gekke is, ik loop die kelder uit en ik zie ze zitten. Zij zagen mij nog niet.
45:42
En ik dacht nog heel even. Een fractie van een seconde. Dit is weer zo'n droom. Ik heb daar zoveel dromen gehad. Zoveel dromen dat ik. Dat het zo levens echt was. Dat ik echt thuis was. En dan kwam weer het geschreeuw van het ochtendappel. Woke af. Woke af. Sta op. Toon respect. Dat waren de vreselijkste momenten. Want ineens was je weer in die harde realiteit. Die desorientatie was daar weer. Oh ja, de realisatie. Shit, ik zit nog steeds in deze puinhoop. Maar dan houd het een keer op. Dus ik dacht heel even, dit is weer zo'n droom.
46:14
Dat geschil gaat weer komen. Maar het geschil bleef weg. En toen riep ik naar mijn moeder en naar Willem. Ik zei, man, Willem. En ze kijken.
46:25
En die blik in hun ogen zo van ongeloof dat zij het ook niet geloofde. Want zij zaten er ook maar te wachten. Gepaagd met alle liefde dat er naar elkaar toe liepen. In elkaars armen vielen. De tranen over onze wangen vloeiden. En mijn moeder ook letterlijk zei. Kind het is echt voorbij. Kom we gaan nu naar buiten. Want het is echt voorbij. We mogen gewoon naar buiten. En toen liepen we door die deur door naar buiten.
46:50
En dan zie ik nog op dat binnenplein. Er kwamen studenten. Het is vlakbij het station van Setogenbos. Er waren studenten. Die waren aan het fietsen. Die waren aan het praten. Het was een stralende dag. En die mensen hadden gewoon geen weet. Die nemen vrijheid als we zelf spreken. Wat heel goed is. Want zo moet het ook zijn. Maar dat is het dus helemaal niet. En toen wist ik het dus echt voorbij. En toen mochten we naar huis.
47:17
Jozef.
47:18
En dat was het. Ja.
47:20
Fijn dat je meedet.
47:21
Ja, dankjewel.
47:28
Dankjewel, Jozef Oebekas. Voor je ongelofelijke verhaal, want dat is het. Gevangenisstraf, ik zou het bijna iedereen aanraden. Zover was hij net niet. Vaders en moeders hielden hem tegen om dat te denken. Maar hoe bijzonder was dit.
47:48
TV Gelderland 2021